Verslag Inloopochtend  19/5

Verslag ingelaste inloopochtend van 19 mei

Dinsdagochtend in het Maja Anjohuis bleek opnieuw zo’n ochtend waarop het leven tegelijkertijd zwaar, ontroerend, absurd en verrassend komisch kan zijn. Eigenlijk hadden we met z’n allen vrolijk op een boot moeten dobberen tijdens een gezellig dagje varen. Maar zoals wel vaker bij lotgenoten, besloot het leven ook dit keer eigenhandig de planning te herschrijven. De boot bleef liggen waar hij lag, en wij ook.

Eén van de oprichters legde rustig uit waarom het uitje niet doorging, waarna iedereen zich met koffie, thee, water en een indrukwekkende verzameling medische dossiers rondom de tafel nestelde.

Zoals altijd begon de ochtend met de inmiddels beroemde openingsvraag:
“Hoe gaat het met je?”

In gewone kringetjes is dat een beleefdheidszin.
In het Maja Anjohuis kan het antwoord daarop rustig langer duren.

Een lotgenoot vertelde dat haar man steeds meer pijn kreeg rond zijn alvleeskliergebied. Een ander gaf een gedetailleerd verslag van zijn prostaatbehandeling. Weer iemand kwam wat later binnen vanwege benauwdheidsklachten en een doktersbezoek. Niemand keek daar vreemd van op. Hier worden agenda’s nu eenmaal vaker bepaald door scans dan door verjaardagen.

Ondertussen ging het gesprek van chemo’s naar medicijnen, van medicijnen naar vermoeidheid en van vermoeidheid naar kleinkinderen — want uiteindelijk draait alles daar toch weer om.

Eén van de aanwezigen vertelde dat ze na iedere chemokuur standaard ook nog een longontsteking cadeau kreeg van het universum. Een soort loyaliteitsprogramma waar werkelijk niemand zich vrijwillig voor aanmeldt. Het moeilijkste vond ze nog dat ze niet altijd meer mee kon naar activiteiten met haar kleinkinderen.

En juist op dat moment werd het stil aan tafel.

Want achter alle humor zit hier dezelfde stille wens verborgen:
nog gewoon mee kunnen doen met het leven.

Maar zoals alleen deze groep dat kan, duurde die stilte nooit lang.

Een lotgenoot-vrijwilliger hield daarna een voordracht met de indrukwekkende titel:
“Bloemrijk lijden”.

En wonderlijk genoeg werd het juist daardoor eerst stil en daarna weer warm.

Er werd verteld hoe ziekenhuizen tegenwoordig soms bijna winkelcentra lijken te worden. Hoe het lijden van mensen haast wordt weggepoetst onder cappuccinoapparaten, bloemenstallen, cadeauhoekjes, glanzende kaartenrekken en vriendelijke verkoopbalies. Alsof tussen de geur van koffiebroodjes en luxe tijdschriften soms vergeten wordt hoeveel angst er eigenlijk achter die deuren zit.

De voordracht was ontroerend, scherp en pijnlijk herkenbaar tegelijk.

Want iedereen aan tafel wist precies waar het over ging:
de vreemde wereld waarin iemand net slecht nieuws kan krijgen… en vervolgens langs een schap met knuffelbeertjes en kortingschocolade naar buiten loopt.

En zoals dat gaat in het Maja Anjohuis werd zelfs dát uiteindelijk weer aanleiding voor humor.

Op volstrekt onverklaarbare wijze belandde het gesprek namelijk daarna ineens bij de LHBTI-gemeenschap. Niemand weet meer precies hoe. Mogelijk via een verkeerd begrepen opmerking, een televisieprogramma of simpelweg omdat gesprekken in het Maja Anjohuis dezelfde logica volgen als een winkelwagentje met een kapot wiel.

Een lotgenoot-vrijwilliger dook enthousiast op het onderwerp, waarna een historische discussie ontstond over “de sexsualibus” binnen die kringen — een term die vermoedelijk nergens officieel bestaat, maar die onmiddellijk een vaste plaats kreeg in het cultureel erfgoed van het Maja Anjohuis.

Er werd gelachen.
Niet een beetje beleefd gegniffeld…
Nee, echt dat lachen waarbij mensen hun koffie stil in hun hand moesten houden, en even vergeten hoeveel ellende ze eigenlijk met zich meedragen.

Later op de ochtend kwam nóg een lotgenoot binnen, iemand van wie algemeen bekend is dat je geen vijf minuten naast haar kunt zitten zonder spontaan in een geanimeerd gesprek te raken.

Ondertussen verzorgde één van de oprichters onafgebroken koffie, thee en water met de toewijding van iemand die vermoedelijk in stilte een complete horecaopleiding heeft afgerond.

En voor iedereen het wist, was het alweer na twaalven.

Stoelen werden aangeschoven. Kopjes verdwenen richting keuken. Mensen namen afscheid zoals alleen lotgenoten dat kunnen:
warm, meelevend, soms met een arm om een schouder, soms met een grapje om het verdriet nét iets lichter draagbaar te maken.

Want dat blijft misschien wel het wonderlijke van het Maja Anjohuis:
tussen scans, vermoeidheid, angst, uitslagen en behandelingen wordt nog steeds gelachen.

Misschien wel harder dan waar dan ook.

Dank je wel Michiel voor dit verslag.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.